Kaderrichtlijn Water - Actieplan voor gemeenten
Deze tool helpt u bij het opstellen van een KRW-actieplan. Antwoorden worden mede met AI gegenereerd op basis van uw invoer. Controleer de inhoud daarom altijd zelf op juistheid en volledigheid. Per vraag kunt u maximaal 5 antwoorden genereren. Let op: bij tussentijds opslaan van het document gaan bijlagen verloren.
De onderstaande waterlichamen zijn gekoppeld aan uw gemeente. Selecteer welke u wilt opnemen in het actieplan.
Zijn er in de pachtovereenkomsten van de gemeente specifieke voorwaardes opgenomen ter bescherming van de waterkwaliteit?
Duurzame pachtvoorwaarden vormen een cruciaal instrument voor de bescherming van de lokale waterkwaliteit. Door in pachtovereenkomsten strikte eisen op te nemen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en het instellen van onbemeste bufferstroken, wordt de directe uitspoeling van nutriënten en schadelijke stoffen naar nabijgelegen watergangen voorkomen. Deze maatregelen verminderen de druk op het watersysteem vanuit de landbouw aanzienlijk, wat essentieel is voor het behalen van de chemische en ecologische KRW-doelen.
Upload een bijlage (PDF, Word, Excel of afbeelding)
Stuurt de gemeente op het beperken van verharding in nieuwe plannen om afspoeling te verminderen?
Het verminderen van onnodig verhard oppervlak, zoals asfalt en tegels, zorgt ervoor dat regenwater direct in de bodem kan infiltreren in plaats van via het riool of over de straat weg te stromen. Hierdoor vindt er minder afspoeling plaats van vervuiling, zoals bandenslijpsel, olie en zwerfvuil, naar het oppervlaktewater. Dit houdt het water schoner en helpt de ecologische balans in stedelijke vijvers en sloten te behouden.
Heeft de gemeente vastgelegd dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen verplicht waterberging moeten realiseren?
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zowel bij inbreiding als uitbreiding, is het lokaal vasthouden en bergen van regenwater cruciaal. Gemeenten kunnen dit juridisch borgen door specifieke regels op te nemen in het omgevingsplan of via aanvullende beleidsregels voor waterberging. Door deze verplichting wordt voorkomen dat neerslag versneld afstroomt naar het rioolstelsel. Dit ontlast het systeem tijdens hevige regenbuien, waardoor het in werking treden van riooloverstorten tot een minimum wordt beperkt. Het voorkomen van deze lozingen van ongezuiverd water is een directe randvoorwaarde voor het verbeteren van de lokale waterkwaliteit en het behalen van de gestelde kwaliteitsnormen.
Wordt water- en bodemkwaliteit expliciet meegenomen als randvoorwaarde in ruimtelijke plannen?
Nieuwe plannen kunnen onbedoeld extra vervuiling of hydrologische problemen, zoals verdroging of vernatting, veroorzaken. Daarom moet de impact op de waterkwaliteit al in de ontwerpfase van ruimtelijke plannen als harde randvoorwaarde worden meegenomen. Dit borgt dat ontwikkelingen 'waterrobuust' zijn en niet leiden tot een achteruitgang van de huidige watertoestand.
Is de gemeente al gestart met het in kaart brengen van de aanpassingen in de bruidsschat die nodig zijn voor de KRW-doelen?
In de praktijk sluiten de algemene regels uit de bruidsschat niet altijd naadloos aan op de specifieke eisen van de KRW. Het is daarom van belang om via een praktische inventarisatie te bepalen waar deze overgenomen regels, zoals voor lozingen bij bouwactiviteiten of bedrijfsmatige processen, aangescherpt moeten worden. Door nu al concreet in kaart te brengen welke aanpassingen nodig zijn, wordt voorkomen dat waterkwaliteit een onverwacht knelpunt vormt bij de uitvoering van nieuwe projecten.
Houdt de gemeente rekening met kwetsbare water- en natuurgebieden bij locatiekeuzes voor nieuwe ontwikkelingen?
Bebouwing op natte of ecologisch waardevolle plekken kan de natuurlijke hydrologie en waterzuiverende werking van het landschap verstoren. Door dergelijke kwetsbare locaties vrij te houden van bebouwing, blijven natuurlijke buffers behouden. Dit is essentieel voor het handhaven van een gezonde regionale waterhuishouding en het beschermen van de lokale biodiversiteit.
Is de gemeente actief bezig met het opsporen en herstellen van foutaansluitingen op het rioolstelsel?
Foutaansluitingen zorgen ervoor dat vuilwater van bijvoorbeeld toiletten of wasmachines in de hemelwaterafvoer terechtkomt, waardoor het ongezuiverd in sloten en vijvers belandt. Dit veroorzaakt acute problemen zoals zuurstoftekort, nutriëntenpieken en bacteriële verontreiniging, wat leidt tot vissterfte en ecologische schade. Een actief opsporingsbeleid is daarom cruciaal voor een schoon watersysteem.
Monitort de gemeente actief de werking en lozingen van gemengde riooloverstorten?
Gemengde overstorten kunnen bij hevige regen een mengsel van regenwater en ongezuiverd rioolwater (inclusief medicijnresten en chemicaliën) in het oppervlaktewater lozen. Door deze overstorten te monitoren, krijgt de gemeente inzicht in de werkelijke belasting van het water. Deze data zijn onmisbaar om risico’s voor de volksgezondheid en ecologie te beperken en om gerichte saneringsmaatregelen te prioriteren.
Heeft de gemeente maatregelen opgenomen om het aantal en de duur van riooloverstorten te verminderen?
Het verminderen van het aantal overstortgebeurtenissen, bijvoorbeeld door de aanleg van extra bergingscapaciteit of het afkoppelen van verhard oppervlak, verbetert direct de waterkwaliteit. Minder lozingen van ongezuiverd water betekenen minder slibvorming en een lagere biologische belasting van het ontvangende oppervlaktewater, wat van belang is voor het behalen van de KRW-normen.
Voert de gemeente structureel onderhoud en inspectie uit om lekkages en instroom in het riool te voorkomen?
Planmatig onderhoud van de rioolinfrastructuur voorkomt lekkages naar de bodem en instroom van grondwater in het riool (vreemd water). Hiermee wordt voorkomen dat de bodem vervuilt en dat de rioolwaterzuivering onnodig wordt belast. Goed beheer garandeert een betrouwbaar transport van afvalwater en beschermt de integriteit van de bodem- en waterkwaliteit.
Heeft de gemeente een monitoringsprogramma voor de werking van IBA’s?
Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA)-systemen in het buitengebied moeten correct functioneren om te voorkomen dat onvoldoende gezuiverd water direct op sloten of bodem wordt geloosd. Slecht onderhoud leidt tot lokale 'hotspots' van vervuiling. Toezicht op het beheer van deze systemen is noodzakelijk om ecologische schade in kwetsbare kleine watergangen te voorkomen.
Past de gemeente nazuivering toe om de impact vanuit riooloverstorten op de waterkwaliteit te verminderen?
Door toepassing van een natuurlijke nabehandeling (zoals een helofytenfilter) bij rioolwateroverstorten vermindert de impact op de waterkwaliteit vanuit overstorten van het gemend rioolstelsel. Een natuurlijke nazuivering is een zuiveringsstap waarin het overstortwater eerst door een natuurlijk filtersysteem wordt geleid, voordat het water het oppervlaktewater bereikt. Een veel toegepast systeem is een helofytenfilter. Het filter ligt naast het watersysteem en wordt gevoed via een leiding of een bypass vanaf het overstortpunt. Het is geen berging en geen onderdeel van het riool zelf.
Heeft de gemeente beleid of beheermaatregelen om invasieve waterplanten en -dieren te bestrijden?
Invasieve exoten, zoals de grote waternavel of de rivierkreeft, kunnen inheemse soorten verdringen en de doorstroming van watergangen belemmeren. Hun aanwezigheid verslechtert de ecologische toestand die de KRW voorschrijft. Een actieve bestrijding is nodig om de biodiversiteit te herstellen en de biologische kwaliteit van het waterlichaam te waarborgen.
Voert de gemeente onderhoud uit aan haar stedelijke watergangen om waterkwaliteit te waarborgen?
Regulier onderhoud, zoals het maaien van waterplanten op een ecologisch verantwoorde manier, voorkomt dat watergangen volledig dichtgroeien. Dit waarborgt de doorstroming en voorkomt zuurstofgebrek in de zomer. Goed onderhoud zorgt ervoor dat stedelijk water een gezonde leefomgeving blijft voor vissen en andere waterorganismen.
Hanteert de gemeente een baggerprogramma om slibophoping en waterkwaliteitsproblemen te voorkomen?
De ophoping van slib op de waterbodem kan leiden tot interne bemesting, waarbij nutriënten uit de bodem vrijkomen en algengroei stimuleren. Door tijdig te baggeren wordt de waterdiepte hersteld, de transparantie van het water verbeterd en zuurstoftekort voorkomen. Dit is een essentiële maatregel om de ecologische potentie van het water te benutten.
Stimuleert of realiseert de gemeente natuurvriendelijke oevers bij inrichting en onderhoud van watergangen?
Natuurvriendelijke oevers vormen een geleidelijke overgang tussen land en water en fungeren als een natuurlijke filter. Ze bieden essentieel leef- en paaigebied voor vissen, amfibieën en insecten. De aanleg hiervan verhoogt de biodiversiteit aanzienlijk en maakt het watersysteem robuuster tegen schommelingen in waterkwaliteit.
Heeft de gemeente een beheerstrategie voor stedelijke vijvers gericht op het voorkomen van blauwalgen en waterkwaliteitsproblemen?
Stedelijke vijvers zijn door hun beperkte omvang zeer gevoelig voor blauwalgen en nutriëntenpieken, vaak versterkt door het voeren van eenden of hittestress. Actief beheer, zoals circulatie of het beperken van voedingsstoffen, is noodzakelijk om deze wateren recreatief aantrekkelijk en ecologisch gezond te houden.
Neemt de gemeente maatregelen om zwerfvuil in en rond oppervlaktewater te voorkomen en te verwijderen?
Zwerfvuil, met name plastics, breekt nauwelijks af en vormt een bedreiging voor waterdieren die erin verstrikt raken of het opeten. Bovendien ziet het er ontsierend uit. Het structureel verwijderen van afval uit watergangen is een simpele maar effectieve methode om de fysieke kwaliteit en de belevingswaarde van het water te beschermen.
Stuurt de gemeente recreatie zodanig dat kwetsbare waternatuur wordt beschermd?
Waterrecreatie zoals varen en vissen kan bij te hoge intensiteit de ecologie verstoren door oevererosie of verstoring van fauna. Door recreatie te zoneren en duidelijke regels te stellen, kan de inwoner van het water genieten zonder dat dit ten koste gaat van de kwetsbare KRW-doelen en de ecologische draagkracht.
Heeft dfe gemeente in beeld of er gecreosoteerde beschoeiing aanwezig is in watergangen?
Het vervangen van gecreosoteerde beschoeiing is prioriteit voor de KRW, omdat de uitloging van PAK’s (zoals fluorantheen) direct giftig is voor het waterleven. Deze stoffen hopen zich op in de waterbodem, waardoor bagger vaak als chemisch afval moet worden behandeld. Overschakelen op duurzame alternatieven zoals hardhout of kunststof stopt deze continue bron van vervuiling.
Hanteert de gemeente ecologisch maaibeheer langs watergangen?
Door minder vaak en gefaseerd te maaien langs waterkanten, wordt voorkomen dat grote hoeveelheden maaisel in het water waaien en daar wegrotten. Dit verlaagt de nutriëntenbelasting en verhoogt de biodiversiteit op de oevers. Een schone oever zorgt voor een stabieler zuurstofgehalte in het aangrenzende water.
Heeft de gemeente beleid om overmatige ganzenoverlast rond water te verminderen?
Grote concentraties watervogels zorgen via hun uitwerpselen voor een enorme toename van stikstof en fosfaat in kleine vijvers. Dit kan leiden tot explosieve algengroei en vogelbotulisme. Monitoring en populatiebeheer zijn soms noodzakelijk om de waterkwaliteit en de volksgezondheid in stedelijke gebieden te beschermen.
Stimuleert de gemeente groene inrichting die regenwater opvangt en afspoeling naar watergangen vermindert?
Slim ingericht groen, zoals wadi’s en regentuinen, fungeert als een natuurlijke spons die regenwater filtert voordat het de bodem of het water bereikt. Dit voorkomt dat vervuilde afstroom van wegen direct de waterkwaliteit aantast. Het combineert klimaatadaptatie met een verbetering van de leefomgeving.
Neemt de gemeente maatregelen om bladval in watergangen te beperken op kwetsbare locaties?
Overmatige bladval in stilstaand water leidt in de herfst tot een dikke laag organisch materiaal dat zuurstof aan het water onttrekt tijdens het rottingsproces. Door bomen tactisch te plaatsen of bladeren tijdig uit de belangrijkste watergangen te verwijderen, wordt de kans op vissterfte en stankoverlast in het najaar verkleind.
Stimuleert de gemeente de aanleg of bescherming van groenblauwe verbindingen in stedelijk gebied?
Het onderling verbinden van waterpartijen en groenstroken creëert migratieroutes voor flora en fauna. Deze verbindingen maken de ecologie robuuster; als de waterkwaliteit op één plek tijdelijk verslechtert, kunnen soorten uitwijken naar andere delen van het systeem. Dit versterkt de algehele biologische score onder de KRW.
Heeft de gemeente beleid om uitspoeling van verontreinigde bodems naar watergangen te beperken?
Oude bodemverontreinigingen kunnen via het grondwater uitspoelen naar nabijgelegen sloten en beken. Het in kaart brengen en, waar nodig, saneren of isoleren van deze locaties voorkomt dat historische vervuiling de huidige KRW-ambities doorkruist. Monitoring van grondwaterpluimen is hierbij essentieel.
Stimuleert de gemeente maatregelen die de infiltratiecapaciteit van de bodem verbeteren?
Een gezonde, luchtige bodemstructuur werkt als een spons die water vasthoudt bij droogte en vertraagd afvoert bij nattigheid. Dit voorkomt dat watergangen tijdens hoosbuien overbelast raken met vervuild oppervlaktewater. Het bevorderen van deze natuurlijke sponswerking ondersteunt zowel de waterkwantiteit als de waterkwaliteit.
Heeft de gemeente in beeld op welke locaties staalslakken zijn toegepast en is er een aanpak om uitloging naar het watersysteem te beheersen of te saneren?
Het gebruik van staalslakken in de wegenbouw of in halfverharding paden kan onbedoeld de waterkwaliteit aantasten. Bij regen kunnen er namelijk stoffen uitspoelen die het water in de buurt te basisch maken (een te hoge pH-waarde), wat schadelijk is voor planten en vissen. Om dit te voorkomen, is het belangrijk dat de gemeente weet waar dit materiaal ligt en een plan heeft om eventuele negatieve effecten op het water te beperken of op te lossen.
Voert de gemeente actief beheer uit op bodempassages?
De vervuiling vanuit hemelwater en eventueel gezuiverd effluent op bodemvoorzieningen hoopt zich met name op in de bovenste 10 centimeter. Door gericht bermen te schaven, zaksloten te baggeren en wadi's te onderhouden wordt grondwatervervuiling voorkomen.
Informeert de gemeente inwoners actief over hoe zij kunnen bijdragen aan betere waterkwaliteit?
Veel watervervuiling ontstaat onbewust, bijvoorbeeld door het wassen van auto’s op straat, het gebruik van sommige reinigingsmiddelen of gif in de tuin. Door inwoners te informeren over de directe link tussen hun handelen en de kwaliteit van de vijver of watergang in de buurt, kan de gemeente de vervuiling bij de bron beperken door gedragsverandering te stimuleren.
Werkt de gemeente samen met scholen of lokale organisaties om waterkwaliteit en biodiversiteit onder de aandacht te brengen?
Educatieve programma’s zorgen voor betrokkenheid van de nieuwe generatie bij hun lokale leefomgeving. Projecten zoals 'watermonsters nemen' maken de onzichtbare waterkwaliteit tastbaar. Dit creëert draagvlak voor gemeentelijke maatregelen en stimuleert lokaal eigenaarschap van schoon water.
Heeft de gemeente een laagdrempelig meldpunt voor waterkwaliteitsproblemen en wordt dit actief gecommuniceerd?
Een laagdrempelig meldpunt stelt inwoners in staat om calamiteiten, zoals illegale lozingen of beginnende vissterfte, direct door te geven. Snelle detectie stelt de gemeente en het waterschap in staat om onmiddellijk in te grijpen, waardoor de schade voor de ecologie beperkt blijft en de dader sneller kan worden opgespoord.
Biedt de gemeente subsidies of financiële ondersteuning aan voor het afkoppelen van regenwater?
Subsidies maken het financieel aantrekkelijk voor inwoners om regenpijpen door te zagen en regenwater in de tuin te laten lopen. Elke afgekoppelde woning verlaagt de druk op het rioolstelsel en verkleint de kans op overstorten van vuilwater, wat een directe positieve impact heeft op de lokale waterkwaliteit.
Neemt de gemeente maatregelen om het gebruik van zinken dakgoten in nieuwbouw tegen te gaan?
Tijdens regenbuien kan afspoeling plaatsvinden van zink (metaal) vanuit zinken dakgoten, aangelegd bij huizen, bedrijven of andere instanties. Het is van belang om het gebruik van zinkendakgoten in nieuwbouwprojecten tegen te gaan en alternatieven te presenteren. Een landelijk verbod is tot dusver niet gelukt. Alternatieven die minder invloed afspoelingsgevoelig zijn en daarmee minder negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit zijn kunststof, aluminum of gecoat staal.
Heeft de gemeente inzicht in alle afgegeven lozingsvergunningen?
Inzicht in alle afgegeven lozingsvergunningen is cruciaal voor de handhavende rol van de gemeente, omdat dit het enige instrument is om effectief te controleren of bedrijven de KRW-normen naleven. Zonder een actueel overzicht van wie wat waar loost, kan de gemeente (via de omgevingsdienst) geen gericht toezicht houden op de uitstoot van schadelijke stoffen die de waterkwaliteit verslechteren.
Controleert de gemeente of bedrijven voldoen aan regels rond afvalwater en afstroming naar watergangen?
Bedrijven vormen door hun activiteiten een potentieel risico voor de waterkwaliteit via (in)directe lozingen. Door systematisch toezicht te houden op naleving van vergunningen, zorgt de gemeente ervoor dat er geen schadelijke chemicaliën of overmatige nutriënten in het systeem belanden. Handhaving is het sluitstuk dat nodig is om de KRW-doelstellingen juridisch en feitelijk te borgen.
Heeft de gemeente een calamiteitenplan of vaste werkwijze voor incidenten die kunnen leiden tot watervervuiling?
Incidenten of calamiteiten, zoals bluswater, illegale dumpingen of lekkages, kunnen in korte tijd leiden tot een sterke verslechtering van de waterkwaliteit. Door deze risico’s in beeld te hebben, krijgt de gemeente beter zicht op mogelijke bronnen van verontreiniging die het behalen van de KRW-doelen kunnen belemmeren. Dit inzicht is nodig om verslechtering van de ecologische en chemische waterkwaliteit te voorkomen en om tijdig passende maatregelen of afspraken te organiseren.
Toetst de gemeente bij afgeven nieuwe lozingsvergunningen of de activiteit de lokale KRW-doelen niet in gevaar brengt?
Bij de vergunningverlening is het cruciaal dat niet alleen aan de algemene bruidsschatregels wordt getoetst, maar ook aan de impact op de lokale waterkwaliteit. De KRW vereist namelijk dat nieuwe lozingen de ecologische doelen niet in de weg staan. Door dit direct mee te nemen, voorkomt de gemeente dat vergunningen later juridisch kwetsbaar blijken of dat de waterkwaliteit onnodig verslechtert door nieuwe projecten.